Hoe maken we de perfecte voorjaarskuil?

Kuilplaat/sleufsilo
Maak kuilen niet te breed en te hoog. Voersnelheid is een belangrijk punt bij uitkuilen, ter voorkoming van broei. Zorg dat je altijd 2 meter in de week moet voeren. Dat wil zeggen dat iedere veehouder 100 meter graskuil moet maken (52 weken maal 2 meter), broei kost namelijk 30% van de suiker en 10% van het eiwit in de kuil.
Grond
Een goede kuil bevat weinig verontreiniging. Resten molshopen en muizenritten willen we niet in de kuil hebben. Een goede mollenvanger is belangrijk, maar probeer ook eens hoger te maaien. Bij een niet te zwaar gewas kan prima op 6-7 cm gemaaid worden, zorg dan voor scherpe (nieuwe) messen in de maaier.
Maaimoment
Wacht na een donkere periode op minstens 2 dagen zon in het gewas voordat je maait. Maai altijd een winddroog gewas. Zorg dat bij zonsondergang het gewas tenminste 30% ds bevat. Dit is het verwelkingspunt. Is het gewas nog niet zover dan gaat de ademhaling gewoon door en verliezen we veel suikers. Praktisch: stop ongeveer 4 uur voor zonsondergang met maaien.
Voederwaarde
Om minimaal 900 VEM in de kuil te hebben, moeten we maaien voordat de verhouting (bloei) optreedt en de VC-OS daalt. Dit is doorgaans na 20 mei.
Maaien we voor 15 mei is de kans groot op meer dan 900 VEM/kg ds in de kuil, uiteraard afhankelijk van het grasbestand.
Ook in de zomer kunnen we dit hanteren, maaien we binnen 5 weken dan kan er 900 VEM/kg ds gehaald worden, een week later maaien kost 35 VEM/kg ds, daarna 10 VEM/kg ds per dag.
Eiwit
We bemesten in het voorjaar voor ca 3500 kg ds/ha met een Ruw Eiwit van 160gr/kg ds in de kuil. Alles wat we meer bemesten of eerder maaien zorgt voor een te hoog Ruw Eiwit en lager suiker.
Eiwitkwaliteit
De kwaliteit van eiwit meten we aan de WDVE/FEB verhouding. Hoe droger de kuil hoe hoger de WDVE, hoe beter de eiwitkwaliteit, maar let op, hoe droger de kuil, hoe meer kans op broei!!
We adviseren daarom een wat drogere voorjaarskuil van +/- 45% ds met daaroverheen een nattere 2e of 3e snede van +/- 35% ds.
Conservering
Een kuil waar geen verliezen optreden is een goed geconserveerde kuil, pH onderin het streeftraject. Een goede pH daling lukt wanneer er voldoende melkzuurbacteriën in de kuil zitten. Hoe meer melkzuurbacteriën, hoe sneller de conservering, des te minder conserveringsverliezen, des te smakelijker de kuil.
Ecosyl
Het kunstmatig toevoegen vanmelkzuurbacteriën (Ecosyl) is bijna altijd aan te raden. Het beperkt de verliezen, verhoogt de ds opname uit de kuil en daarmee de melkproductie. In april zitten er nog nauwelijks melkzuurbacteriën op het gewas dus in april is Ecosyl een voorwaarde voor een geslaagde kuil.
Natte kuilen: door voldoende Ecosyl toe te voegen geef je boterzuur geen kans.