Welk spoor volgt u?

In dit artikel richten we ons op het thema voer, het zogenoemde voerspoor. En dan in relatie tot de komende weide- en zomerperiode. Welke maatregelen precies worden genomen is nog niet bekend, maar één ding is zeker, het zal over eiwitbenutting gedaan. Het verlagen van het ruw eiwit gehalte in het rantsoen is daarbij één van de uitgangspunten. Dan is het belangrijk om naar het totale rantsoen te kijken. Weidegras, kuilgras, snijmais, bijproducten, grondstoffen en aanvullende krachtvoersoorten. Een totale benadering dus. Dat is ook de inzet van het Landbouwcollectief en brancheorganisatie NEVEDI. Daarbij is het goed om in het achterhoofd te houden: een betere eiwitbenutting is ook beter voor uw portemonnee!
Nederland is ook nog in afwachting op de toekenning van derogatie voor de jaren 2020 en 2021. Bizar dat in een lopend jaar wat al enkele maanden op stoom is, dat nog niet geregeld is. Volgens de berichten komt er pas in juni uitsluitsel. Waarom noem ik dit? In februari werd bekend dat Ierland een nieuwe derogatie heeft ontvangen. Daaraan waren allerlei eisen verbonden. Denk dan aan de ook bij ons bekende eis van minimaal 80% grasland. Opvallend is de volgende eis: “Het krachtvoer mag tussen 1 april en 15 september maximaal 16% ruw eiwit bevatten”.
Gaat de overheid in Ierland nu eisen stellen aan welke brok of grondstoffen er gevoerd mogen worden in een melkveerantsoen?
Gaat de overheid in Nederland nu eisen stellen aan welke brok of grondstoffen er gevoerd mogen worden in een melkveerantsoen?
Het moet niet gekker worden!
De uiteindelijke vraag is welke hoeveelheid eiwit nodig is in de aanvullende brok. En daarbij is het belangrijk om terug te gaan naar de totale benadering. Dus beoordeel het ruw eiwit van het totale rantsoen, waarin weidegras de komende periode op veel bedrijven een (groot) gedeelte van uitmaakt. Dan zult u merken dat in veruit de meeste gevallen een brok van meer dan 160 ruw eiwit niet nodig is.
Vorig jaar hebben we de nieuwe brok WEIDE ENERGIE geïntroduceerd. Zoals de naam al zegt, een echte weidebrok met veel energie om zowel op pens- als darmniveau de benutting van het eiwit en het totale rantsoen te verhogen, met als doel een hogere melkproductie met bijbehorende gehalten en een lager ruw eiwit in het totale rantsoen. Een brok bestaande uit verschillende energiebronnen, zonder toegevoegd eiwit. Inmiddels hebben veel melkveehouders goede ervaringen opgedaan met deze brok naast het verse gras. Alleen de nadruk leggen op het ruw eiwit gehalte van het rantsoen heeft het gevaar dat we de verhouding met energie vergeten. Wat is het belangrijkste voor een goede stikstof- en eiwitbenutting? Juist, het voeren van energie, energie en nog eens energie.
Naast de Weide Energie zijn er nog 2 voeders zonder toegevoegd eiwit. De namen zijn bekend, namelijk de PENS-BALANSBROK en de MAISBROK. De samenstelling van de Pens-Balansbrok is gewijzigd naar de nieuwste inzichten en bevat vanaf heden geen toegevoegd eiwit. Daarnaast is er een buffer toegevoegd. Bij deze brok maken we optimaal gebruik van de mogelijkheden van onze moderne fabriek door de grondstoffen op verschillende grootte te malen, met als effect nog meer rust voor de pens. De Maisbrok is een hoogwaardige brok met zoveel mogelijk maismeel in de samenstelling. Het is ook mogelijk om brokken gemengd te bestellen. Overweeg de optie om bietenpulp bij uw brok te mengen om zo het eiwit in het rantsoen te verlagen. De minimale bijmenging is 25% en doordat het product gemengd geladen wordt in de laadstraat van onze fabriek is er een optimaal mengresultaat. Uiteraard zijn de genoemde voeders ook beschikbaar in de NGMO variant, zodat melkveehouders die leveren aan Deltamilk, CONO en BEL Leerdammer deze voeders ook in kunnen zetten in het rantsoen.
Wat is trouwens het verschil tussen verlaging van N en P in het rantsoen? De laatste jaren wordt er onder andere door het fosforconvenant fors minder P gevoerd in de rantsoenen, waarbij we nu hier en daar moeten opletten dat het niet te laag wordt. N en ruw eiwit is een vaste verhouding. N x 6,25 = ruw eiwit. Dat betekent dat er maar één manier is om de hoeveelheid N te verlagen, dat is minder ruw eiwit voeren. Minder P voeren, hoeft het ruw eiwit gehalte in het rantsoen niet te verlagen. Het gaat daarbij om de ruw eiwit/P verhouding en die is voor alle grondstoffen anders. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen raap en soja. Dit maakt het in de praktijk voor grasrantsoenen lastiger om te sturen op N dan op P.
Een betere stikstofbenutting gaat verder dan alleen een brok voeren met iets minder eiwit. Het heeft alles te maken met het vakmanschap van u als ondernemer op het gebied van voeding, beweiding en bemesting. Bespreek dat in de komende periode met uw adviseur en spar samen over de komende weideperiode. Zo vinden we samen een antwoord op de kop van dit artikel: Welk spoor volgt u?