Zuid-Holland presenteert eigen stikstofaanpak met ammoniakplafonds

Het college van Gedeputeerde Staten (GS) loopt met het eigen stikstofplan vooruit op de voorstellen die de ministeriële stikstofcommissie deze maand presenteert. Dat heeft een reden. 'We willen laten zien welke bijdrage de provincie levert om van het stikstofslot af te komen', aldus GS.
De provincie voelt de noodzaak om zelf aan de slag te gaan en moet tegelijkertijd ook onderkennen dat met het maatregelenpakket nog geen 10 procent van het probleem in Zuid-Holland kan worden opgelost. 'Er is een grote afhankelijkheid van Rijksmaatregelen en dat maakt de situatie alleen maar nijpender.'
Toch vindt Zuid-Holland afwachten geen optie en het heeft daarom vier maatregelen gepresenteerd. Deze moeten nog verder uitgewerkt worden. Ook is daar in sommige gevallen nog meer onderzoek voor nodig.
Ammoniakplafond
Het ammoniakplafond richten zich op de melkveehouderij, omdat het grootste deel van de uitstoot daarvandaan komt en omdat er al wat onderzoek naar de uitwerking in die sector is gedaan. Mogelijk volgt later ook emissieplafond voor andere sectoren.
Om de hoogte ervan later te kunnen bepalen, onderzoekt de provincie het effect en de impact van een emissieplafonds van 45,40 en 35 kilogram per hectare. 'Op dit moment is de emissie van melkveehouders zo'n 60 tot 65 kilogram per hectare. Wanneer dit wordt teruggebracht naar 45-, 40- of 35 kilogram per hectare levert dat een aanzienlijke reductie op.'
De reductie van uitstoot leidt ook tot een vermindering van depositie op de Natura 2000-gebieden. De eerste inschatting is dat deze maatregel tussen de 10 en 100 mol aan depositie oplevert, afhankelijk van het gebied.
Zo'n emissieplafond gaat de provincie waarschijnlijk invoeren via een streefwaarde. Hierbij worden boeren gevraagd om toe te werken naar deze waarden. Er zijn geen consequenties als dit niet gebeurt. 'Op korte termijn is het opnemen van een streefwaarde – ondersteund met flankerende subsidies – het hoogst haalbare.'
Overgangzones
Het onderzoek naar de overgangszones rond Natura 2000-gebieden richt zich op de drukfactoren waterkwantiteit, waterkwaliteit,exoten en recreatiedruk. Stikstofreductie kan daarbij een kans zijn. In het onderzoek wordt zowel gekeken naar een vrijwillige aanpak als het stellen van provinciale regels voor activiteiten die binnen deze bufferzones worden toegestaan.
De mate van effectiviteit van een overgangszone hangt van diverse factoren af, waaronder de betreffende drukfactoren, de maatregelen die hiervoor genomen worden (al dan niet vrijwillig) en de omvang van de overgangszone. Dat kan dus per gebied variëren. Zuid-Holland noemt een voorbeeld: 'Om te bepalen welke maatregel nodig is om de drukfactor waterkwantiteit te beperken, zijn de hoogteligging en het bodemtype van het gebied en de overgangszone relevant. De gestelde ambities en eisen kunnen dus per gebied verschillen.'
De provincie weet dat zo'n overgangsbied rond de meeste Zuid-Holande Natura 2000-gebieden 'een beperkt effect'' heeft voor het behalen van de wettelijke stikstofdoelen. Dit heeft ermee te maken dat er rond het gros van de gebieden relatief weinig stikstofbronnen zijn. De stikstofdepositie komt uit 'de deken'. Toch kan overgangszone wel effectief zijn voor stikstofreductie, meent Zuid-Holland.
Grondbeleid
Strategisch grondbeleid zal ingezet worden om melkveebedrijven te kunnen laten extensiveren, voor het realiseren van de overgangszones, voor de realisatie van natuur, voor bedrijfsverplaatsing nabij Natura 2000-gebieden en ruilverkaveling. GSbenadrukt dat het gaat om vrijwillige aankopen .'Er wordt geen dwingend instrumentarium ingezet.'
Afhankelijk van het beoogde doel wordt de verworven grond anders ingezet of uitgegeven. Als eigenaar kan de provincie maatregelen treffen om emissie en depositie terug te dringen, bijvoorbeeld via pachtconstructies met beperkingen of herwaardering. Daarnaast kan de grond ook worden ingezet in gebiedsprocessen of voor kavelruil.
Natuurlijke stoppers
Zuid-Holland verwacht dat de komende tien jaar dertig procent van eht aantal melkveehouders gaat stoppen, bijvoorbeeld bij een gebrek aan oplvolging. De provincie onderzoekt hoe het deze stikstofruimte uit de markt kan halen. Zo wil het meer zicht krijgen op de natuurlijke stoppers. Ook denkt het na over het ontwikkelen van een provinciale beëindigingsregeling.
De grond van deze stoppende boeren, wil de provincie ook in kunnen zetten voor strategisch grondbeleid. Zo is het idee dat een provincie (een deel van) de grond over zou kunnen nemen. Deze grond kan dan vervolgens weer benut worden voor extensivering en herwaardering, overgangszones, aanleg van natuur en/of als ruilgrond in gebiedsprocessen.
Afhankelijk van Rijk
De provincie is zich ervan bewust dat deze vier maatregelen niet het stikstofprobleem gaan oplossen. 'Met de grootste inspanning en maatregelen kan de provincie naar onze inschatting zelf zo'n 10 procent van de stikstofopgave oplossen. Voor minimaal de overige 90 procent is Zuid-Holland afhankelijk van een krachtig Rijkspakket aan generieke maatregelen.'
Het roept Den Haag dan ook op om werk te maken van een geborgde generieke stikstofmaatregelen, snelle dooontwikkeling van een emissieplafond, maatwerk voor overgangszones, onderzoek naar de scheiding tussen ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (Nox), onderzoek naar een juridisch geborgde rekenkundige ondergrens van 1 mol en verruiming van de staatssteunregels. Ook vraagt het aan het kabinet om meer werk te maken van extensivering en hiervoor geld beschikbaar te stellen.
Financiën
Het provinciale maatregelenpakket wordt de komende periode verder uitgewerkt. Het is daarom volgens GS ook op dit moment nog niet mogelijk een een inschatting van de kosten te maken. 'Er zijn nog te veel onzekerheden en onduidelijkheden'.
De maatregelen moeten nog goedgekeurd worden door Provinciale Staten. Wanneer ze ingaan, is nog niet bekend.