Biologisch landbouwareaal in 2024 met drie procent toegenomen

Van die 91.000 bestaat 67.000 hectare uit grasland, 17.000 uit akkerbouwgrond en 4.000 hectare uit opengrondtuinbouw. 3.000 hectare wordt ingezet voor grond met voedergewassen en 179 hectare voor glastuinbouw. 73 procent is dus grasland, 19 procent is akkerbouwgrond, 4 procent is tuinbouwgrond en 4 procent is grond voor de teelt van groenvoedergewassen.
Regionale verschillen
Regionaal zijn de verschillen groot. De provincies Flevoland (veertien procent) en Utrecht (zeven procent) hebben in 2024 het grootste aandeel biologische landbouwgrond binnen het totale areaal van hun provincie. Het biologisch areaal is het kleinst in de provincies Limburg (drie procent), Noord-Brabant (drie procent) en Zeeland (drie procent). In de andere provincies wordt vier tot zes procent van het totale areaal landbouwgrond ingezet voor biologische landbouw.
Groei in de loop der jaren
Tussen 2011 en 2024 is het areaal biologische landbouw met 92 procent gegroeid van 47 naar 91 duizend hectare. De groei vindt vooral plaats in het areaal tuinbouw open grond (103 procent), grasland (103 procent) en akkerbouw (65 procent). Daar waar de andere vormen van landbouw over het algemeen jaarlijks een groei van het areaal laten zien, verloopt de groei in omvang van het areaal tuinbouw onder glas onregelmatiger. Er zijn jaren dat het areaal groeit en jaren dat het areaal afneemt. Ten opzichte van vorig jaar is dit areaal gelijk gebleven.
Europa
Vergeleken met Europa is het Nederlandse biologische landbouwareaal met zo'n vier procent ten opzichte van het totale aandeel landbouwgrond klein. In Estland was dit in 2024 zo'n 23 procent en in Zweden zo'n twintig procent. In Oostenrijk was dit in 2020 nog zo'n 26 procent.
Biologische veestapels
In 2024 worden er op de biologische landbouwbedrijven 116 duizend varkens, 96 duizend runderen, 46 duizend geiten en 14 duizend schapen gehouden. Er worden op de landbouwbedrijven 3442 duizend biologische kippen gehouden. Hiervan is het grootste deel leghennen (90 procent).